Instroomcriteria, opleidingseisen en competenties MBT Basistherapeut
Instroomcriteria

  • Minimaal HBO-niveau¹ + werkzaam in GGZ.

Opleidingstraject

  • Cursus: door het AFC erkende basiscursussen.
    Erkende basiscursussen zijn:
    a. De Basic Training Mentalisation Based Therapy gegeven door het AFC in Londen;
    b. De combinatie van de tweedaagse Basiscursus MBT en de eendaagse Verdiepingscursus MBT, zoals deze zijn gegeven tot 2012 door De Viersprong c.q. MBT-Nederland.
    c. De cursus MBT theorie en praktijk, deel I en II zoals door het AFC gelicentieerd (bijvoorbeeld via MBT Nederland).
    d. Driedaagse MBT-A cursus en deel II zoals door het AFC gelicentieerd (bijvoorbeeld via MBT Nederland).
  • Supervisie:
  • min. 16 sessies² + verslag van alle sessies volgens format en een positief verslag van de supervisoren aan de hand van de basiscompetenties. Als supervisor fungeert een geregistreerd MBT-supervisor Basistherapeut of geregistreerd MBT-supervisor³. Voor sociotherapeuten en vaktherapeuten geldt dat 4 – 8 van het totaal aantal supervisies gedaan moet worden door respectievelijk een geregistreerd MBT-supervisor Sociotherapie of een geregistreerd MBT-supervisor Vaktherapie (4).
  • Werkervaring: min. 12 maanden MBT. Behandelde patiënten: min. 8 individueel of 2 groepen, of een gelijkwaardige combinatie (min. 96 sessies in minimaal 1 jaar en maximaal 2 jaar). Doelgroep: Patiënten met persoonlijkheidsstoornissen of ernstige psychopathologie / psychiatrische problematiek.
    Structurele randvoorwaarden ten behoeve van de coherentie, consistentie en continuïteit zijn: intervisie/supervisie, regelmatige behandelplanbespreking met collega MBT-behandelaars, regelmatige evaluatie en adherence meting (bijv. reflectie, afname adherence scale).

Competenties
Kennis en de toepassing ervan
De MBT-basistherapeut moet de volgende kennis verworven hebben en kunnen toepassen:

Kennis van het ontwikkelingsmodel dat aan de basis ligt van MBT voor persoonlijkheidsstoornissen

  • kennis van persoonlijkheidsstoornissen en van de psychologische en inter-persoonlijke moeilijkheden die worden ervaren door mensen met een persoonlijkheidsstoornis.
  • De theoretische achtergrond van MBT: theorieën over de ontwikkeling van gehechtheid en epistemisch vertrouwen
  • hoe de psychische problemen die bij persoonlijkheidsstoornissen horen het gevolg zijn van de fragiliteit van het mentaliserend vermogen in de context van gehechtheidsrelaties; het besef dat het mentaliserend vermogen tijdelijk dramatisch kan terugvallen.
  • de ontwikkelingsfactoren en ervaringen (bv geschiedenis van trauma) die samenhangen met een verhoogde kwetsbaarheid het mentaliserend vermogen te verliezen en met een verhoogde kans op de ontwikkeling van epistemisch wantrouwen.
  • hoe deze kwetsbaarheid resulteert in de alsof modus, de psychische equivalentie of de teleologische modus , wat vervolgens weer leidt tot een verstoorde zelfervaring.

Kennis over mentaliseren

  • kennis van de theorie van mentaliseren, haar multidimensionele aard en in staat om deze verschillende dimensies van mentaliseren in te schatten.
  • mentaliseren kunnen onderscheiden van pseudo-mentaliseren, psychische equivalentie (concreet denken), pretend mode, teleologische functie en misbruik van mentaliseren.

Kennis over de doelen en focus van behandeling

  • behandeling streeft naar het verbeteren van de capaciteit om te mentaliseren door de patiënt te stimuleren zijn mentaliserend vermogen te behouden of te helpen het mentaliserend vermogen te herstellen bij verlies. MBT is niet gericht op het verwerven van inzicht in onbewuste dynamieken.
  • de behandeling maakt actief gebruik van de therapeutische relatie om problemen in mentaliseren en de gevolgen ervan op te sporen en aan te pakken.
  • de behandeling is systematisch gericht op de mentale toestanden van de patiënt (en niet op het gedrag) en op de affecten van de patiënt in het hier-en-nu van de sessie of in het recente verleden (en niet op interpretatie van onbewuste inhouden).
  • patiënten worden op een heldere en toegankelijke manier geïnformeerd over de doelen en de methodiek van de behandeling en over de verbinding daarvan met de aanmeldingsproblemen van de patiënt.
  • procedures en protocollen worden nauwgezet gehanteerd om op een consistente manier om te gaan met frequent voorkomende klinische problemen.
  • therapeuten reflecteren op het eigen werk en identificeren waar problemen met mentaliseren van de kant van de therapeuten interfereren met goede zorg.
  • de voortgang in het behandelproces wordt bewaakt; behandelplannen en evaluaties worden opgesteld en in het team regelmatig geëvalueerd en bijgesteld.

Kennis van de behandelstrategie

  • De onderdelen van een MBT-behandeling zijn goed op elkaar afgestemd en vormen een geïntegreerd geheel.
  • Er zijn drie fasen in de behandeling met onderscheiden doelen, gericht op de specifieke processen behorend bij de behandelfase:
    • De beginfase heeft als doel het committeren aan de behandeling. Het mentaliserend vermogen wordt in kaart gebracht, risico-inschattingen (bijvoorbeeld suicidaliteit en drop-out) worden gemaakt door gebruikt te maken van ‘transference tracers’ om het mentaliseren te stimuleren over patronen van problemen met commitment en van (zelf)destructief gedrag met de bijbehorende mentale toestanden.
    • De middenfase is gericht op het behouden van de therapeutische werkrelatie, het herstellen van breuken in de therapeutische werkrelatie en het hanteren van de tegenoverdracht.
    • De eindfase is gericht op het afscheid nemen en afronden van de lopende behandeling. De follow-up is bedoeld om de vorderingen in het mentaliseren te behouden en op re-integratie.

 

Therapeutische houding en Interventies
De basistherapeut moet de volgende algemene therapeutische competenties verworven hebben, die gemeten kunnen worden met de Adherence en Competence Scale. De therapeutische houding en de interventies zijn merkbaar in de uitvoering van het programma in de verschillende werkzaamheden rondom het programma.
Niet-wetende, authentieke, onderzoekende therapeutische houding

  • Met de patiënt op een rechtstreekse, authentieke en transparante manier kunnen communiceren, gebruik makend van eenvoudige en eenduidige taal om het risico van over-arousal van de patiënt te verminderen.
  • Een steunende, betrokken en empathische relatie met de patiënt kunnen aan gaan en behouden.
  • Een niet-wetende houding kunnen aannemen waaruit een oprechte, onbevangen belangstelling voor de mentale toestanden van de patiënt blijkt.
  • Een actieve, niet-beoordelende mentaliserende houding kunnen vasthouden waarin het accent ligt op de gezamenlijke exploratie van de mentale toestanden van de patiënt, van de ander en van de relatie.
  • Oprechte nieuwsgierigheid naar de mentale toestanden van de patiënt kunnen overbrengen door actief inter-persoonlijke processen en hun verband met de mentale toestanden van de patiënt, te onderzoeken .
  • Het kunnen volgen van verschuivingen en veranderingen in de manier waarop de patiënt de gedachten en gevoelens van zichzelf en van anderen betekenis geeft.
  • Sensitief zijn voor en adequaat kunnen reageren op een plotseling en dramatisch verlies van het mentaliseren van de patiënt.
  • Het kunnen behouden van een ondersteunende en positieve houding zonder de autonomie van de patiënt aan te tasten. Concrete adviezen en acties als steunende interventies worden steeds kritisch overwogen.
  • Adequate zelfonthulling ( wanneer en hoe). Transparant kunnen zijn over de eigen mentale toestanden, gerelateerd aan wat er in de interactie gebeurt, inclusief openheid van de therapeut over zijn eigen niet-mentaliserende momenten en hoe deze de patiënt beïnvloed kunnen hebben.

Kennis van het interventiespectrum.
Naast deze basishouding beschikt de basistherapeut over de competenties om het mentaliserend vermogen te vergroten / te herstellen door toepassing van de juiste elementen van het interventiesprectrum.. Het is belangrijk dat de timing en het type interventie wordt afgestemd op het actuele spanningsniveau. De volgende categorieën van interventies worden onderscheiden:

  • Steun en empathie
  • Exploratie
  • Affect focus
  • Mentaliseren van/in de relatie

Onderhoudstraject
De registratie als MBT-basistherapeut kent geen onderhoudstraject.


¹Ook is op verzoek toegestaan: minimaal MBO-opleiding aangevuld met vijf jaar relevante werkervaring en vijf dagen vervolgopleiding op het vakgebied
²De duur van een sessie hangt af van het aantal supervisanten (reglement supervisie))
³Onder bepaalde voorwaarden kan teamsupervisie, gegeven door een erkende MBT-supervisor, bijvoorbeeld in het kader van een incompany traject, ook tellen voor het aantal supervisiesessies. Voor MBT-Basistherapeut is het maximaal aantal te behalen supervisies uit teamsupervisie 6.
4.In de periode dat er nog geen gekwalificeerde supervisoren Vaktherapie en/of Sociotherapie beschikbaar zijn, kan de serie supervisies ook alleen door de MBT-supervisor Basistherapeut of MBT-supervisor worden gedaan.